In de periode november-januari worden de vruchten (olijven) met een soort electrische hark uit de boom geslagen en opgevangen in netten, verzameld en in jute zakken, binnen 12 uur, naar de fabriek vervoerd. Daar worden de zakken opengesneden en in een bak leeggegooid. De inhoud gaat dan op een vibrerende lopende band naar een machine die d.m.v. een soort föhn de bladeren van de olijven scheidt. Bladeren worden via een buis naar buiten geblazen en gebruikt als veevoeder. De olijfjes worden gewassen, afgewogen en gaan naar de maalmachine. Eerst worden ze geraspt door een molen en gaan dan een half uur door een messenspiraal. In deze spiraalbak wordt de brei/zimi (vergelijkbaar met tapenade) verwarmd zodat hij smeuiger wordt. Met toevoeging van water wordt de zimi naar een scheidings-apparaat gepompt. Olie, prut en water worden gescheiden.De olie wordt grof gefilterd, deze goud/groene olie is licht-bitter van smaak. Van de pitjes en velletjes (dat is inmiddels een droge stof geworden) wordt brandstof voor de machines en zeep gemaakt. Na het proces laten de boeren een deel van deze extra vierge olijfolie achter als betaling.
Klik met uw muis op de gekleurde woorden, om de bijbehorende foto te zien